Scenario 1
Alhoewel het de bedoeling was om vóór 1 mei 2026 de nieuwe Wet Werkelijk Rendement box 3-belasting aangenomen te krijgen door de Tweede en Eerste Kamer om te garanderen dat deze op 1 januari 2028 ingevoerd kan worden, is er nog een kleine kans dat deze datum wel wordt gehaald met kleine aanpassingen. Dit is scenario 1.
Scenario 2
In scenario 2 wordt de nieuwe Wet Werkelijk Rendement ook ingevoerd in 2028 (het fictief rendement komt dan te vervallen, maar de vermogensaanwasbelasting voor onroerend goed blijft gehandhaafd). Vanaf 2030 wordt dan de vermogensaanwasbelasting vervangen door een volledige vermogenswinstbelasting. Dus pas bij verkoop of gerealiseerd resultaat is het resultaat belast.
Scenario 3
In scenario 3 blijft het huidige regime gehandhaafd tot 2030 en wordt in één keer overgestapt op de vermogenswinstbelasting.
Scenario 4
In scenario 4 wordt de vermogenswinstbelasting al in 2028 ingevoerd voor aandelen, opties en obligaties. In 2030 zouden de overige vermogensbestanddelen worden meegenomen voor de vermogenswinstbelasting.
Belastingheffing buiten box 3
Naast deze scenario’s onderzoekt het kabinet of er meer mogelijkheden zijn voor belastingdekking in box 2 (tijdelijke tariefsverlaging?), afschaffing lage tarief in de vennootschapsbelasting of nog andere varianten.
BV steeds aantrekkelijker
Duidelijk is wel dat in het huidige Belastingplan voor 2027 de ondernemersfaciliteiten voor zelfstandig ondernemers, zoals de startersaftrek en verdere versobering van de zelfstandigenaftrek en stakingsaftrek is opgenomen. Op deze manier wordt de BV wel steeds aantrekkelijker, zowel voor vermogenden als zelfstandig ondernemers.
Hulp nodig?
Wil je meer weten en een persoonlijk advies? Boek dan een adviesgesprek in. Je bent van harte welkom!
